De tocht van 2013


Begin 2013 kwam het idee voor het zeilen van de elfstedentocht voor het eerst voorbij. De nieuwe noordelijk route zou bevaarbaar zijn en dat betekende dat nu de volledige elfstedentoch bevaarbaar zou zijn. Zo werd het tenminste verteld. Nadat er genoeg enthousiasme was bij vrienden en bekenden deed na een eerste routeonderzoek blijken dat het stuk Harlingen - Franeker niet bevaarbaar was. Van de bijna 200 bruggen in de route was er niet een hoog genoeg om zonder te strijken te passeren. Twee bruggen in Workum moesten voor ons draaien, de brug van Parrega moest open en in Dokkum waren ook nog eens twee bruggen te laag. Ook waren er twee zelfbedieningssluizen die ervoor moesten zorgen dat het Bildt droge voeten hield. Als laatste bleek nog dat er in Sneek een vaste brug was waar wij niet onderdoor konden en ook de Zwettebrug moest voor ons draaien. De bruggen van Workum, Parrega en Dokkum draaiden gewoon alle dagen maar de Zwettebrug in Sneek draaide alleen op werkdagen en op aanvraag. Om de volledige route zoveel mogelijk te benaderen werd besloten in Sneek te starten bij camping Pasveer. De havendienst van Sneek zou dan 's morgens om 6:30 de Zwettebrug voor ons openen. Wij moesten ons dan nog wel voor 20:00 in Parrega bevinden.



Op vrijdag 7 juni 2013 om 6:00 uur 's morgens was de bemanning van 5 polyvalken klaar voor de start. Heleen Sonnenberg van de bekende Weduwe Joustra beerenburg gaf met een enorm waterpistool het startschot. Na hondert meter draaiden we de Swette op en gingen linksaf Sneek binnen. Het waaide nog niet zo hard dus wij peddelden wat. Bij de Zwettebrug stonden de mannen van de havendienst keurig met de brug open op ons te wachten. Na het passeren van de Laatste stuiver brug moesten wij een alternative route nemen. De Koningsbrug was te laag dus gingen wij linksaf en daarna door het linker gat van de Oppenhuisterbrug door. Via de stadsgracht kwamen wij voor de waterpoort weer op ruim water. Daarna konden wij ruimwind naar IJlst. Daar gingen wij vlot onder de brug door op naar Woudsend. Het Slotermeer over ging vrij eenvoudig en zo kwamen wij in Sloten waar wij een rondje door de binnenstad moesten maken. We gingen eerst door de gewone brug en toen bij het kanon de bocht weer om om via de gracht weer koers te zetten naar het Slotermeer. De vijf boten lagen op dat moment al ver uitelkaar. Toen wij het Slotermeer weer opvoeren ging de eerste boot al bijna de Luts in terwijl de andere 3 nog naar Sloten moesten.



Toen kwam de Luts. Het eerste stukje door Balk ging nog wel aardig. Daarna werd het snel minder. Op de stenen wal in Balk konden wij de boot nog duwen met de boom of trekken met een stuk touw maar toen we Balk uitkwamen stonden er zoveel bomen dat er niets anders overbleef dan flink bomen. De Luts was net gebaggerd en van nieuwe walbeschoeiïng voorzien. Dat maakte de tocht wel een stuk eenvoudiger maar het bleef natuurlijk in flink eind bomen. Toen wij na de Wyldemerk de bocht om gingen konden we weer jagen. Niet veel later waren wij uit de luwte en kon er weer gezeild worden. Toen wij de Luts uitkwamen hadden wij tot Stavoren voor de wind. Het was een welkom relaxmomentje na al dat geboom. In Stavoren hadden wij weer aansluiting met de koploper omdat zij daar een bakje soep hadden genuttigd. Wij hadden dat al varende opgelost met onze kofferbrander. Samen boomden wij verder door de ondiepe slootjes achter het station langs richting de zeedijk. Dit was een ondiep smal stukje recht tegen de wind in. Wij konden dus weer aan het jagen. Al snel was de andere boot weer uit het zicht en wij hebben ze een tijdje niet gezien. Later bleek dat ze de afslag naar Molkwerum gemist hadden. Waar wij meenden dat ze een heel eind voor ons zaten lagen zij nog gewoon naast de zeedijk. Richting Molkwerum konden we weer zeilen maar dat duurde niet lang want wij moesten weer de bocht om richting Koudum. Daar stonden nogal wat bomen aan de kant die te laag waren om er onderdoor te kunnen. Aangezien we hier weer moesten laveren was het goed uitkuiken, zowel naar links als naar rechts maar ook naar boven. Het hele eind zijn we weer aan het jagen geweest en dan zijn al die slootjes dwars op het vaarwater best vervelend.

In Hindeloopen gingen wij onder de prachtige bruggetjes door en toen vlak voor de sluis rechtsaf. Het was een sloot die je normaal gesproken niet snel in zou gaan met een polyvalk maar het was eerder gedaan dus wij probeerden het ook maar. Het ging prima maar natuurlijk was er weer een flink gedeelte recht tegen de wind in. De tijd begon nu mee te spelen want om 20:00 uur waren de bruggen van Workum en Parrega dicht en dat zou betekenen dat we moesten wachten tot de volgende ochtend om 9:00. Wij hebben de brugwachter van Parrega gebeld en met hem kunnen regelen dat hij ons er tot 22:00 door zou laten. Hij woonde naast de brug en was niet te beroerd om een extra wipje te maken. Toen wij in Workum aankwamen hat de Beginebrug nog geen dubbel rood maar toch wilde de brugwachter ons niet doorlaten aangezien wij dan de Noorderbrug niet meer zouden halen. Wij zouden dan geen kant meer op kunnen. Wij hebben er toen maar voor gekozen om achter de melkfabriek langs te zeilen. De trekvaart was nog steeds in de wind maar er kon nu weer gelaveert worden. Zo kwam Parrega in het zicht maar de brugwachter had al weer een paar keer gebeld want het werd later en later. Toen we bij de brug kwamen bleek dat de eerste boot er nog door was gekomen maar wij waren te laat en de brugwachter lag al in bed. Wij hadden geen tent mee omdat we de hele nacht door wilden zeilen dus maakten we van het grootzeil een tent en zo brachten wij de nacht door voor de brug. Het was erg koud die nacht. Wij hebben toen de andere boten maar even gebeld om te vragen wat hun status was. We kwamen er toen achter dat de eerste boot al bij de Galamadammen met de punt in de wal gezeten had. Ze zijn met flink wat schade terug gesleept naar Heeg. De beide andere boten waren nog in de race, de ene belande niet veel later ook in Parrega, de andere bracht de nacht door in Workum.



Omdat de eerste boot wel door de brug van Parrega was gekomen hadden zij een voorsprong van 10 uur. Hierdoor was voor ons het wedstrijdelement er wel een beetje af. Om 9:00 uur kwamen wij ook door de brug van Parrega en wij vervolgden onze reis richting Bolsward. Natuurlijk was het nog steeds niet bezeild maar wij besloten om het zeilend op te lossen. In Bolsward draaide de route weer een beetje de goede kant op en er kon nu weer zo nu en dan gezeild worden. We hebben nog even in een weiland ons middageten genuttigd en vervolgden toen onze weg naar Harlingen. Via de rondsloot om Schettens kwamen wij in Witmarssum waar wij wederom door prachtige smalle slootjes en bruggetjes verder gingen richting Kimswerd. Halverwege Kimswerd stond er ineens een groep mensen op een brug. Dit bleek de familie van een van onze bemanningsleden te zijn die ons volgden via gps. Ze vroegen ons of ze nog iets voor ons konden betekenen. Wij zeiden voor de grap dat een visje er altijd wel in ging. In Kimswerd smeten ze een flinke zak met kibbeling aan boord. Dat kon minder. Toen gingen wij verder naar Harlingen. Toen we de N31 gepasseerd waren was er een lange rechte sloot met veel luwtes. Toch gingen we nog redelijk vooruit. De reden hiervoor kwamen wij later te weten. Door de prachtige binnenstad van Harlingen kwamen wij uiteindelijk uit een smal slootje voor de Tjerk Hiddessluis het Van Harinxmakanaal op. Er stond hier nogal wat stroming en de reden werd ons snel duidelijk. Ze waren aan het spuien en de hele sluis richting de Waddenzee stond open. Het water ging met enorme snelheid richting Terschelling en het scheelde niets of wij hadden Dokkum via Lauwersoog moeten bezeilen. Gelukkig was er weer wat wind al moest er natuurlijk weer gelaveerd worden. Maar in de korte slag gingen wij er door de stroming zo hard achteruit dat we hier weinig mee opschoten. Gelukkig konden we twee man aan wal krijgen en daar waar geen pad was is dat er nu mogelijk wel. Wij hebben de boot een flink eind bij de sluis weg getrokken en toen kwam er weer wat ruimte en konden we weer zeilen. Bij de bruggen in het Van Harinxmakanaal moest er flink gepeddeld worden om de boot met gestreken mast door de brug te krijgen maar dat lukte gelukkig wel. Toen moesten wij vlak voor de stationsbrug een klein slootje in om zo om het centrum van Franeker heen te varen. Door de zuiging van het kanaal was in dit slootje het waterpeil bijna een halfe meter gezakt. Dat zorgde er voor dat we met de kiel door de vette zeeklei moesten en dat viel niet mee omdat de boom ook steeds bleef hangen in de kleigrond. Toen wij achter het Sjûkelân aanbeland waren hadden enkele bemanningsleden er niet veel zin meer in. De boot werd aangelegd achter het beroemde kaatsveld.



Na een koude nacht hadden wij niet veel zin om nog zo'n koude nacht te ondergaan op het koude polyesther. Wij namen de trein naar Hurdegaryp en kregen daar een goede maaltijd, een warme douche en een fijn bed bij een van de bemanningsleden thuis. De volgende dag bracht zijn vrouw ons alweer om 5:00 naar Franeker. De boot lag er gelukkig nog en het water was ook weer terug. Nu konden wij weer verder richting de nieuwe Noordelijke elfstedenroute. Natuurlijk was het eerste stuk weer flink tegen de wind in en te smal om te laveren. Wij trokken de boot dan ook weer grotendeels richting de sluis bij Wier. Daar konden we met twee drukken op de knop even tot rust komen. Op de Blikvaart kon er weer gezeild worden en pas toen wij weer naar het noorden gingen richting Oude leije mochten wij weer aan het touw. Na opnieuw een sluisje en twee drukken op de kno konden we nu totaan Bartlehiem schraal zeilend door varen. Als sinds Franeker was het Dokkum woord een heikel punt. Enkele bemmanningsleden wilden graag naar Dokkum en anderen wilden graag op tijd thuis zijn. Toen wij tegen 13:00 bij Bartlehiem waren trokken de Dokkumvaarders aan het kortste eind. Dokkum was natuurlijk ook weer recht tegen de wind in. Wij besloten dan ook maar om rechtsaf naar Leeuwarden te zeilen. Toen werd de tocht ineens een stuk eenvoudiger. Tot Leeuwarden hadden wij op een paar bosjes na een mooie snelheid. In Leeuwarden kregen wij nog een opstapper mee uit de boot die bij de Galamadammen was gecrashd en zo gingen wij met zijn vijven dwars door de prinsentuin via de versmalde bruggen waar men met de aquaducten bezig was naar de Zwette. Ook de Zwette was voor de wind en dus kwamen wij vlot weer in Sneek bij camping Pasveer waar het avontuur eerder al was begonnen.

Ongeveer een uur na ons kwam de laatste boot aan. De eerste boot en de andere boot waren bij Franeker over het kanaal naar Leeuwarden gezeild en dus werd het voor 4 van de 5 boten een tienstedentocht en voor de uitvaller een driestedentocht. Volgend jaar proberen wij het nog maar een keer en dan maar hopen op een betere windrichting. Achteraf bekeken hadden we misschien beter de andere kant om kunnen zeilen.




Stichting Ramon scoort tegen kanker Warkumer ierdewurk Voor iedereen die van de Friese natuur houdt Repko Snits foar al jo sportprizen Recreatieschap Marrekrite Steun KiKa in de strijd tegen kinderkanker